Halsema houdt alle opties voor erotisch centrum Amsterdam open: “Wordt geen seks-Disneyland”

Voor de zomer moeten er nog twee of drie mogelijke locaties overblijven voor de komst van een erotisch centrum dat de Wallen moet gaan ontlasten. Nu zijn dat er nog acht waar sommige Amsterdammers nu al tegen te hoop lopen.

Vooral in Oost en Zuidoost liet men al van zich horen. Zo vrezen bewoners van Zuidoost voor hun veiligheid die volgens hen toch al onder druk staat. Partijen als de SP, DENK, BIJ1, de ChristenUnie en het CDA vielen hen vanmiddag in de raad bij; zij vinden dat het erotisch centrum sowieso niet in Zuidoost moet komen.

Burgemeester Halsema probeerde de zorgen weg te nemen door er nogmaals op te wijzen dat zo’n centrum niet tot overlast of extra criminaliteit mag leiden, al begreep ze dat waarschijnlijk niemand de komst van zo’n centrum juichend zal ontvangen: “Het is natuurlijk ook heel erg afhankelijk hoe het ingekleed wordt. Of het een gribus afwerk-hotel wordt, wat bepaald niet de bedoeling is, of toch een veel mooier aangekleed, beter functionerend erotisch centrum.”

CDA-raadslid Diederik Boomsma viel nogal over een passage uit de brief van Halsema aan de raad waarin staat dat het “een plaats kan zijn waar seksualiteit, erotiek, diversiteit en inclusiviteit wordt verwelkomd en gevierd”.

Boomsma: “Om nou te zeggen dat betaalde seks iets is dat je moet ‘vieren’?! Nee. Dat vind ik echt een volkomen verkeerde afslag. Mensen in de wijk willen dat ook helemaal niet vieren, zien dat niet als een verrijking.”

De CDA’er zei te vrezen voor een nieuw “seks-Disneyland”, maar die vrees is volgens Halsema dus ongegrond: “Het moet een breed en hoogwaardig erotisch centrum worden, waar niet het sekswerk maar de seksualiteit gevierd wordt.”

Kijken, kijken – en niet kopen

Over de zorgen in de woonwijken zei ze dat dat een van de graadmeters is in de nu lopende onderzoeken: “Er zal niet alleen gekeken worden naar inpasbaarheid en ruimtelijke criteria noem maar op, maar ook sociaal maatschappelijke effecten, net zoals de kwetsbaarheid van de bevolking of wat het betekent voor de bevolking die bijvoorbeeld al meer voorzieningen daar kent die effect hebben op het welzijn. Natuurlijk zal daar naar gekeken worden en natuurlijk zal daar rekening mee gehouden worden.”

Ook waren er kritische vragen over de veiligheid niet zozeer in, maar rondom zo’n erotisch centrum. Halsema verwacht op dat punt veel veel van “de centraal beveiligde ingang” en het feit dat er geen ramen meer zijn aan de straatkant, zoals op de Wallen: “Waar het toch vaak kijken, kijken is – en niet kopen.”

Bron: at5.nl

Assen heeft beter zicht op prostitutie en wil het nu in goede banen leiden

De gemeente Assen heeft het toezicht op prostitutie in de stad het afgelopen anderhalf jaar verbeterd, maar is er nog niet in geslaagd om de sector beter in goede banen te leiden. Daar wordt in de toekomst nog harder aan gewerkt.

In 2019 heeft Assen het prostitutiebeleid aangescherpt zodat het beter aansluit op de veranderende markt waarbij steeds meer sekswerkers de traditionele raam- en clubprostitutie verruilen voor werken vanuit huis. De gemeente verzocht alle zelfstandige sekswerkers om zich te laten ‘erkennen’ via een gesprek. Dat houdt in dat de gemeente op de hoogte is van de thuisprostitutie.

Een sekswerker kan tijdens zo’n gesprek medische checks en hulp krijgen bij eventuele psychische problemen. Ook wordt een uitstapprogramma besproken. Wanneer een sekswerker uit de branche wil stappen, kan diegene daarbij begeleid worden.

Zuid-Amerikaanse sekswerkers

Het vernieuwde prostitutiebeleid is na anderhalf jaar geëvalueerd. De gemeente laat weten dat ze door het beleid beter zicht hebben gekregen op de sector.

“Sekswerkers werven hun klanten vooral met advertenties op internet en in appgroepen. De advertenties op internet hebben een groot verloop. Per dag varieert het aantal sekswerkers dat diensten aanbiedt in Assen, tussen de 4 en de 15. Over een periode van 15 maanden zien we dat er 280 unieke advertenties van sekswerkers in Assen zijn geweest”, schrijft de gemeente.

In 2019 adverteerden voornamelijk Nederlandse vrouwen in Assen. Opvallend is dat het aantal Zuid-Amerikaanse sekswerkers het afgelopen anderhalf jaar flink is toegenomen. Deze toename is niet uitzonderlijk voor Assen, maar speelt in de hele provincie. In 39 procent van de advertenties in Drenthe ging het om een Zuid-Amerikaanse sekswerker.

Niet open voor contact

“Buitenlandse sekswerkers zijn over het algemeen voor korte tijd actief in de gemeente. Het zijn geen inwoners van Assen, zij huren woningen als werkplek”, stelt de gemeente.

Dit wordt ook wel ‘carrouselprostitutie’ genoemd, een landelijk bekend fenomeen. Bij deze vorm van illegale prostitutie is het risico op mensenhandel aanwezig, want de sekswerkers staan niet ingeschreven in Assen. De gemeente en de politie werken samen om deze vorm van prostitutie te voorkomen.

In de afgelopen anderhalf jaar heeft de gemeente via sms of mail contact gelegd met alle sekswerkers die in Assen adverteerden, om ze te kunnen erkennen. Er zijn toen vier erkenningsaanvragen binnengekomen, maar die hebben niet geleid tot een erkenningsgesprek. De sekswerkers waren na aanmelding niet meer bereikbaar voor een gesprek.

“We hadden ingeschat dat de doelgroep niet direct open zou staan voor een contact met de overheid. In de praktijk blijkt dit dus ook te kloppen”, licht de gemeente toe.

Corona grote impact

Hoewel de gemeente dus een beter zicht heeft op de sector, is het niet gelukt om het aantal sekswerkers beter te reguleren door middel van de erkenning. Desondanks wil de gemeente niet afstappen van de erkenning. De gemeente Assen benadrukt dat de impact van de coronamaatregelen zodanig groot is voor de prostitutiebranche, dat er nog niet voldoende ervaring is opgedaan met het vastleggen van de erkenning.

De komende tijd wordt gekeken hoe Assen alsnog in contact kan komen met de sekswerkers en hoe dit contact verbeterd kan worden. Een centraal informatiepunt en contact via brancheorganisaties zijn mogelijkheden die worden onderzocht.

Ook ligt er een voorstel voor de twaalf Drentse gemeenten dat het mogelijk maakt een eenduidig prostitutiebeleid in Drenthe in te voeren. Hierbij baseren de gemeenten zich op een onderzoek van het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Noord, een organisatie die zich inzet voor bewustwording van onder andere mensenhandel.

Bron: rtvdrenthe.nl

Honderden Almeerders thuis zzp’er in seksbranche

Almere telt een honderden inwoners die als zzp’er werkzaam zijn in de prostitutie. Een recente telling wijst uit dat zeker 200 Almeerders sekswerker zijn.

Op websites die privécontact aan huis aanbieden, staan in Almere 78 en 184 advertenties. Die informatie verschafte de voorzitter van de Belangenvereniging voor sekswerkers, Proud, donderdagavond tijdens de Politieke Markt. Er werd gediscussieerd over een voorstel van D66 om sekswerkers in Almere te beschermen met een erkenningssysteem.

Veel zelfstandige sekswerkers opereren noodgedwongen illegaal terwijl prostitutie een legaal beroep is. In navolging van Lelystad wil D66 met een erkenningssysteem de positie van de groep zzp’ers versterken. PvdA, SP, GroenLinks, CDA en AP/OPA steunen het plan. Een registratiesysteem wordt afgewezen omdat bijna alle sekswerkers onder de radar willen blijven vanwege het stigma dat hun werk vaak heeft.

“De doelgroep komt er niet voor uit dat ze dit werk doen”, zei wethouder Roelie Bosch. Ook zij wijst registratie af. Bovendien signaleert de gemeente weinig incidenten die dat nodig maken.

Bosch noemde het grote aantal zzp’ers in de seksbranche opvallend: “Het is eigenlijk ook heel mooi dat mensen op die manier hun leven en hun werk zelf invullen.”

Bron: omroepalmere.nl

Meiden van seksclub staan te popelen om weer te beginnen: ‘Klanten missen toch die uitlaatklep’

Er stonden vandaag alvast zes ongeduldige heren aan de deur van de bekende Dordtse seksclub Villa Weizigt. Ze kónden niet wachten, maar kregen toch nul op het rekest. Binnenkort komt daar waarschijnlijk verandering in: contactberoepen mogen weer aan de slag. Sekswerkers dus ook. ,,De meiden staan te popelen. Ze missen het ontzettend.”

De vlag gaat uit bij de seksvilla. Maar wél voorzichtig. ,,Voor wat ik nu kan zien, blijft de horeca waarschijnlijk dicht, dus ook bij ons, maar mogen de kamers in ieder geval weer open. Oftewel: de dames mogen weer klanten ontvangen. Hoe dat dan werkt? Dan moeten klanten gewoon direct naar boven doorlopen en kunnen ze niet eerst even ontspannen een drankje drinken aan de bar”, vertelt de eigenaresse die liever niet heeft dat haar naam bekend wordt.

Het is een beperkte openingsmogelijkheid, maar wel één die gretig wordt aangegrepen. De (vaste) bezoekers hebben zich wekenlang in moeten houden en er is inmiddels een dringende behoefte ontstaan aan een uitlaatklep, weet de eigenaresse. ,,Dat hoor je van iedereen! We zijn natuurlijk heel blij. En vooral de klanten zijn het. Vandaag stonden er nog zes mannen aan de deur! Die hebben we moeten weigeren. Maar dat geeft ook wel aan hoe iedereen snakt naar de opening.”

Ook de dames, de sekswerkers, hebben er zin in. ,,We weten natuurlijk nog niet wat de openingstijden mogen zijn. In november en december vorig jaar bijvoorbeeld, konden we overdag maar open van elf tot vijf uur. Dat is niet ideaal voor een nachtclub. Maar dan nog heb je zo’n tien klanten per dag. Als er dan vijf meiden werken, hebben die tóch twee mannen per werkdag. Kunnen ze daarnaast nog wat schoonmaken en administratie doen, om aan het werk te blijven.”

Ideaal is het niet. ,,Mooiste zou zijn als we helemaal open waren. Ik begrijp ook dat dát niet kan met het aantal besmettingen. Maar we gaan nu het derde coronajaar in, en we raken wel een beetje ongeduldig. Wat je aan geld van de overheid krijgt is echt minimaal. Maar, dat gezegd hebben, alles is beter dan helemaal niks’’, zegt de eigenaresse van Villa Weizigt.

‘Die komen er weer aan!’

De meiden zijn in ieder geval alvast onderweg naar Dordrecht, nadat het ‘goede nieuws’ uitlekte. ,,Veel meiden zitten in hun thuisland: Roemenië, Bulgarije, Spanje en Duitsland. Die komen er weer aan!”

Bron: AD.nl

Frans Snel wacht de persconferentie niet af en gooit zaterdag de deuren van de Alkmaarse Achterdam open

“Aankomende zaterdag gooi ook ik de deuren open! Wat moet dat moet. De dames kunnen niet van de lucht leven.” Met die woorden kondigt raamexploitant van de Achterdam, Frans Snel, via Twitter de opening van het Alkmaarse seksstraatje aan. In zijn Tweet richt hij zich tot de gemeenteraad van Alkmaar, onder wie raadslid van Onafhankelijke Partij Alkmaar (OPA), Jan Hoekzema – die Frans groot gelijk geeft.

Hoekzema staat volledig achter Alkmaarse ondernemers die dreigen met een heropening, verklaart hij tegenover NH Nieuws. “Ondernemers zijn ten einde raad. Keer op keer wordt van hen het uiterste gevraagd en dat is voor sekswerkers niet anders. Je wordt maar geacht om het spaargeld voor je pensioen of kinderen op te maken. Ik snap de actie dus volledig, maar ik kan hier natuurlijk vanuit mijn positie geen toestemming voor geven.”

Hoeveel vrouwen er zaterdag achter het raam zullen staan, is ook voor raamexploitant Frans Snel nog een grote verrassing. “Twee sekswerkers hebben aangegeven te willen staan, maar veel vrouwen durven niet te werken uit angst voor sancties. Ik neem in ieder geval de verantwoordelijkheid, mocht handhaving voor de deur staan. Ze kunnen hooguit zeggen dat ik weer dicht moet.”

Burgerlijke ongehoorzaamheid

Van een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid is Frans nooit vies geweest, maar ondanks verschillende protestacties waarbij de ramen opengingen, is dit de eerste keer dat hij sekswerkers tegen de ‘coronaregels’ in laat werken. “Het is zo akelig stil, dus ik ga zelf maar weer aan de slag om aandacht te vragen. Dit is toch schandalig? Die dames krijgen geen uitkering, niks. Je moet toch je vreten verdienen?”

Sekswerker Christina vreest dat ze straks uit haar huis wordt gezet. De huur kan ze met geen mogelijkheid meer ophoesten. “Ik ben geen miljonair en het geld om te overleven raakt op. Ik kom straks echt op straat te staan. Ik verdien niks, maar mijn vaste lasten gaan gewoon door. Ik betaal al dertien jaar belasting in Nederland, maar krijg geen cent aan coronasteun. Ik hoef ook helemaal geen geld van de gemeente, ik wil gewoon geld verdienen. Het recht om te werken wordt ons ontnomen.”

Om de sekswerkers tegemoet te komen, besloot de raamexploitant hen eerder al een flinke huurkorting te geven. “In de weken dat we tot vijf uur open mochten, heb ik 250 euro voor de hele week gevraagd. Normaal gesproken betalen vrouwen 125 euro per dag voor een peeskamer, maar ze verdienen geen hol.”

En ook Frans Snel, inmiddels bijna tachtig jaar oud, ziet zijn zuurverdiende spaargeld langzaam in rook opgaan. “Zelf red ik mij nog wel een paar maanden met mijn spaargeld en die paar centen die je van de overheid krijgt. Maar het geld vliegt eruit, want er komt niks binnen.”

De raamexploitant vindt dat de vergunde seksbranche onevenredig hard is geraakt. “We hebben zestig vrouwen in de straat, gemiddeld ontvangen zij gezamenlijk zo’n duizend kerels per week. In bijna twee jaar tijd is hier nooit een uitbraak geweest. Het is zelfs zo dat niet één van de vrouwen ziek is geworden of besmet geraakt met het virus. Waarom moeten we dan toch keer op keer dicht? Wat moeten we met dit gezeik?”

Mosterd na de maaltijd

Op de vraag of de Achterdam sancties kan verwachten, laat de gemeente Alkmaar weten niet op de zaken vooruit te willen lopen. “De zestien burgemeesters van Noord-Holland Noord hebben vandaag een brief naar het kabinet gestuurd om meer mogelijk te maken en perspectief te bieden voor ondernemers, winkeliers, horeca en inwoners. Een oproep die in het hele land doorklinkt. We hopen op een positieve reactie van het kabinet.”

Het statement van de gemeente Alkmaar voelt voor Jan Hoekzema van OPA als mosterd na de maaltijd. “Al tijdenlang komt bij iedereen het water tot de lippen, maar de gemeente Alkmaar heeft al die tijd zwaar gehandhaafd op de coronamaatregelen – ten koste van onze ondernemers. Ik heb dan ook dubbele gevoelens bij de brandbrief. Ik hoop dat de burgemeester aanstaande zaterdag niet zal gaan handhaven.”

Bron: nhnieuws.nl

Anouk was op haar 18e een escort: “Ik wilde van mijn hobby mijn werk maken”

Iedereen heeft in zijn tienerjaren ooit wel eens een bijbaantje gehad. Maar de 25-jarige Anouk had op haar achttiende wel een hele bijzondere job: ze was een escort en stapte later over naar de porno-industrie. Haar reden? Anouk wilde van haar hobby haar werk maken. Ze heeft geen spijt van die keuze, maar ze had niet gedacht dat die beslissing op lange termijn zoveel invloed op haar leven zou hebben. Anouk vertelt er meer over aan Tannaz.

Een bijbaantje vinden is voor velen een zoektocht. Maar voor Anouk was dat niet het geval. Op haar achttiende wist ze het zeker: ze besloot sekswerker te worden. Maar hoe kwam ze op het idee om dat als bijbaantje te nemen? “Ik had best best wel vaak seks en toen dacht ik: waarom zou ik het gratis blijven doen en niet mijn centjes daarmee verdienen?”, legt ze uit.

Van escort naar porno

Na een tijdje ontmoette Anouk een producer van pornofilms. Deze ontmoeting zorgde voor een nieuwe switch in haar carrière: ze stapte uit de escortwereld en begon te werken in de porno-industrie. “Ik hield er altijd al van om voor de camera te staan en dingen te doen. Zo ben ik in de porno-industrie beland.”

Wanneer je eenmaal iets op het internet post, is de kans groot dat het daar voor altijd op blijft staan. Anouk kan daarover meepraten en ervaart tot op de dag van vandaag de gevolgen van die filmpjes. Zo vertelt ze in het gesprek dat het ‘heel lastig’ is om van het label ‘pornoactrice’ af te komen. Maar wist Anouk niet van tevoren dat het opnemen van pornocontent riskant kan zijn? “Op het moment dat je in een bepaald wereldje leeft, waarin seksuele content maken normaal is, denk je niet na over de gevolgen.”

Geen spijt

Ondanks alles heeft Anouk geen spijt van haar oude bijbaan. Zij kijkt juist met veel plezier terug op die periode van haar leven. “Ik heb een hartstikke leuke tijd gehad”, vertelt ze enthousiast. Wat wel lastig is, is dat haar oude job nog altijd invloed heeft op haar persoonlijke leven. “Mensen zullen minder snel in zee gaan met een pornoactrice, dan met iemand die achter de kassa heeft gestaan.”

Volgens Anouk is er te weinig informatie over de sekswereld. Daarom besloot ze met een oplossing te komen. “Ik heb samen met een zakelijke website het platform Taboeloos opgebouwd. Daarop proberen wij mensen te behoeden en schrijven wij artikelen over onder andere seksualiteit, in de hoop om zoveel mensen te informeren. De sekswereld is groot, maar er is weinig over bekend.”

Bron: Funx.nl

Podcast van Pointer (KRO-NCRV): Is de positie van de sekswerker verbeterd?

Pointer heeft in 2020 meerdere artikelen en items gepubliceerd over de positie van sekswerkers. Nu is in een één uur durende podcast daar een gesprek over met verschillende gasten. De hamvraag: Is sinds het bordeelverbod in het jaar 2000 de positie van sekswerkers echt verbeterd?

Er wordt gesproken over lokaal beleid, de rol die gemeenten spelen en ook hoe banken te werk gaan. Daarbij komt naar voren hoe het sekswerkers steeds lastiger wordt gemaakt om hun beroep uit te voeren. De hele podcast kan je hier beluisteren.

Je verwacht het niet… Utrechtse prostitutiezone definitief dicht, deel sekswerkers nu in de illegaliteit

Na 35 jaar kwam er in 2021 een einde aan een tijdperk: de Utrechtse tippelzone sloot. Daarmee is het niet meer mogelijk om in Utrecht legaal te tippelen. Hulpverleners maakten zich al direct zorgen en ook voormalig sekswerkers noemden het een slechte zaak dat de prostitutiezone moest verdwijnen. Een half jaar later blijken die zorgen terecht. Een deel van de prostituees is, zoals voorspeld, in het illegale circuit terechtgekomen. Een terugblik op het einde van de tippelzone in Utrecht.

Oud-politiemannen Bernard van den Hoeven en Kees Komduur

De tippelzone had een belangrijke functie voor de sekswerkers. Het begon in 1986 met een verbouwde SRV-wagen die vanaf de brandweerkazerne naar de tippelzone reed. Vrouwen konden bij de wagen terecht voor steun en medische hulp. Dat beviel zo goed dat er een vast huisje werd neergezet, een soort huiskamer om het tippelen veiliger te maken.
“Het voelde als thuis. Moet je voorstellen, ik was al een paar jaar prostituee en ik was behoorlijk verslaafd en het voelde veilig”, vertelde voormalig prostituee Vanessa van Eegeren vlak voor de sluiting. “Er was een bus, je kon condooms halen, er was een gratis arts. Alles wat ik nodig had was daar. Drugs, dealers, klanten en geld. En dat gevoel van veiligheid gewoon ook. Achter Amsterdam Centraal was je gewoon loslopend wild.”

Carmen Kleinegris was een van de oprichters van de huiskamer. “Wij deden daar alles wat iedereen in zijn huiskamer doet. Je praat met elkaar over het leven, je kijkt hoe je het leven kunt verbeteren, je viert er dingen. Je rouwt ook als er nare dingen gebeurd zijn, want er gebeurden echt nare dingen. Ik heb ooit bij een prostituee een schroevendraaier, die dwars door haar wang was gestoken, er uit moeten halen en hup naar de EHBO. Er is ook een vrouw vermoord”, vertelde Kleinegris afgelopen zomer aan RTV Utrecht.

Van opjager naar beschermer

Naast de huiskamer werden er ook afwerkplekken gecreëerd omdat vrouwen vaak met klanten naar de meubelboulevard gingen met alle gevaren van dien. “We hebben de gemeente gevraagd om een plek te creëren waar vrouwen hun klanten konden afwerken en toch in de buurt van iedereen konden zijn. Zo konden ze ook voor elkaar veiligheid creëren”, zegt oud-politieman Bernard van den Hoeven. Van den Hoeven en zijn collega Kees Komduur werkten in de jaren 80 bij de jeugd- en zedenpolitie. Zij waren betrokken bij de oprichting van de huiskamer en het creëren van de afwerkplekken.

Met het ontstaan van de tippelzonde veranderde hun rol als politieagent. Komduur: “Dat is een beetje de truc van het verhaal. Ten eerste verandert de rol van de politie van opjager en vijand naar beschermer, maar je kunt ook voorwaarden stellen over wie hier loopt en welke leeftijd daaraan is verbonden”, vertelde Komduur toen hij in de zomer van 2021 met RTV Utrecht sprak over de aangekondigde sluiting van de tippelzone.

“Dat meiden hier met gescheurde kleding en onder de blauwe plekken en bebloed naar binnen kwamen rennen en om hulp vroegen. Dan moet de politie wat doen. In het verleden nam de politie niet zo gauw een aangifte op van een prostituee die was mishandeld of erger nog, was verkracht. En dat gebeurde nu wel. En ook de daders werden nu aangehouden. Dat verhaal ging als een lopend vuurtje, dat ook die meiden aangifte kunnen doen en ook wel degelijk verkracht kunnen worden”, zei Komduur.

De mannen zagen de sluiting van de tippelzone met lede ogen aan. Ze voorspelden dat veel vrouwen in het illegale circuit terecht zouden komen. “Prostitutie blijft en prostitutie in relatie tot verslaving blijft. En dan moet je thuis gaan werken, een smoezelig motelletje of bij klanten thuis. God beter het, nog gevaarlijker. Nee, het is een stap achteruit”, aldus Komduur.

Illegaliteit

Nu, een halfjaar later blijkt de voorspelling van de politieagenten en de betrokken hulpverleners uit te komen. “Dat is best een probleem. Een deel werkt thuis, een deel werkt bij vrienden, een deel werkt op straat. Ze mogen officieel niet thuiswerken dus dat betekent dat het risico op misstanden wel toeneemt”, zegt Minke Fischer van hulporganisatie Belle. Sinds de sluiting heeft de organisatie met zoveel mogelijk prostituees contact gehouden.

Een deel van de vrouwen die op de tippelzone werkte is omgeschoold met hulp van de gemeente en Belle. Ze zijn bijvoorbeeld werkzaam als cateraar of nagelstyliste. Maar er is ook een kwetsbare groep waarbij een overstap naar een andere baan niet mogelijk is, bijvoorbeeld door een verslaving. Ze willen blijven werken als prostituee maar zijn hun werkplek kwijt. “Het is nog te kort om signalen te krijgen of het echt de verkeerde kant op gaat, maar het is wel een risico”, zegt Fischer.

Belle pleit voor meer legale sekswerkplekken. “Het is een naïeve gedachte dat een stad geen prostitutie heeft. Sekswerk is een legaal beroep en daarmee zou je mensen de gelegenheid moeten geven om te werken.”

Bron: rtvutrecht.nl

Eigenaren prostitutiepanden in Groningen krijgen gelijk: vergunning aanvragen niet nodig

Het is de Groningse burgemeester Koen Schuiling niet gelukt de Raad van State ervan te overtuigen dat eigenaren en verhuurders van prostitutiepanden een vergunning voor de exploitatie van een seksbedrijf moeten aanvragen.

De hoogste bestuursrechter wijst om die reden in een einduitspraak het hoger beroep van de burgemeester van de hand. Volgens de Raad kan alleen een leidinggevende, oftewel de beheerder van de panden, gedwongen worden een exploitatievergunning aan te vragen. Zoals ook een uitbater van een café een exploitatievergunning moet hebben en niet de eigenaar van het pand.

‘Niet te vergelijken met andere pandverhuurders’

Burgemeester Schuiling vond evenwel dat de pandeigenaren en verhuurders van prostitutiepanden niet te vergelijken zijn met andere pandverhuurders. Immers, zij verdienen verreweg het meest aan de prostitutie in hun panden. Volgens de burgemeester strijken zij meer dan 90 procent van de opbrengsten van de prostitutie op en verdienen de eigenlijke beheerders/uitbaters niet veel.

Tijdens de rechtszaak van afgelopen september bleek dat één van de eigenaren, die eerder tegen de vergunningplicht in beroep gingen, ruim 7.200 euro per week voor 17 verhuurde ramen en drie appartementen opstrijkt.

Wie is de leidinggevende in een prostitutiepand?

De aangestelde beheerder krijgt daarentegen een relatief minieme vergoeding voor de praktische zaken die in een bordeel moeten worden geregeld, zoals het toewijzen van peeskamertjes, het verschonen van de lakens en handdoeken en de aanvoer van verse condooms. Verder gaat het om af en toe een reparatieklus en lastige klanten de deur wijzen.

Die activiteiten vindt de hoogste bestuursrechter bepalend voor de vraag wie de leidinggevende is in een prostitutiepand en wie over een exploitatievergunning dient te beschikken. Dat de eigenaar-verhuurders het leeuwendeel van de inkomsten naar zicht toe trekken en achter de schermen bijna alle touwtjes in handen hebben, doet volgens de Raad niet ter zake. Het is de beheerder die een vergunning moet aanvragen.

‘Ik verhuur alleen panden’

De uitspraak betekent een opsteker voor de eigenaar-verhuurders van panden aan de Nieuwstad. Zij hoeven geen vergunningen meer aan te vragen. ‘Ik verhuur alleen panden en heb verder helemaal niets met prostitutie of seksbedrijven te maken’, zei een eigenaar van een aantal Groningse prostitutiepanden eerder nog tijdens de rechtszaak.

Bron: rtvnoord.nl

Gazet van Antwerpen pluist de website van Redlights.be uit

Maandag publiceerde Gazet van Antwerpen een onderzoek naar de toenemende prostitutie vanuit woonwijken. Voor veel sekswerkers is dat financieel aantrekkelijker dan het huren van een raam in het Antwerpse schipperskwartier. Deze manier van werken heeft echter ook een keerzijde. Door de anonimiteit lopen sekswerkers een veel groter risico om het slachtoffer te worden van uitbuiting en mensenhandel. In meerdere gerechtelijke onderzoeken komt telkens de naam van redlights.be terug, een website voor erotische advertenties waar sekswerkers hun diensten aanbieden. Doet de grootste prostitutiewebsite van het land wel voldoende om gevallen van misbruik te herkennen en te weren? We vroegen het aan oprichter Joachim Meyts.

Link Media, het bedrijf achter de merknaam Redlights ziet het levenslicht in 2009 wanneer IT’er Meyts en marketeer Joeri De Bouvere hun lucratieve hobbyproject vastleggen in een vennootschap. Het bedrijfje is gevestigd in de Zwijndrechtse Molenstraat, op het thuisadres van De Bouvere. De website zelf was echter al online sinds 2007, maar erotische advertenties blijken al snel lucratief genoeg om er een volwaardige onderneming van te maken. Zo lucratief zelfs, dat het duo de zetel in 2012 verhuist naar een groter pand in Zwijndrecht. In 2013 trekt de onderneming naar een ruimer pand in Gent, en in 2014 naar Sint-Pieters-Leeuw, waar ze nog altijd gevestigd is.

Gedoogbeleid

Intussen groeide Redlights uit tot de grootste Vlaamse website voor het adverteren van erotische diensten. Over de taalgrens gaat de site door het leven als Quartier Rouge. “Ook in Nederland en Duitsland werken we onder de naam Redlights”, zegt Meyts. “Al zijn we daar helemaal niet zo groot als in België.” Het bedrijf haalde in 2020 een omzet van iets meer dan 2,5 miljoen euro, waarvan 1,7 miljoen euro nettowinst.

Dat er veel geld te verdienen valt aan advertenties voor sekswerk is duidelijk. Nochtans opereert Redlights in een gedoogzone. Prostitutie op zich is in ons land niet strafbaar, maar het mogelijk maken van prostitutie is, hoe vreemd het ook mag lijken, nog altijd verboden. Concreet zijn dus alle mogelijke diensten rond prostitutie strafbaar. Dus ook de betalende advertenties van Redlights. “Geen goede zaak”, vinden verschillende organisaties die werken rond prostitutie of mensenhandel. “Door het op deze manier te gedogen, is er veel te weinig controle. Er is nood aan een wettelijk kader dat sekswerkers beschermt tegen misbruik”, klinkt het.

Meer lezen